Pre-heimwee

Met een vriend spreek ik af voor de Albert Heijn aan de Daalseweg, op een van mijn laatste avonden in Nijmegen. Ik koop een sixpack bier, lauwwarm en goedkoop. Als ik naar buiten loop komt hij net aanlopen. “Wat doen we, bier in het park?”, vraag ik nadat ik hem heb begroet. Ik verheug me op het Kronenburgerpark, of het Valkhof desnoods. Ieder park is een mooi park op deze prachtige zomeravond.

“Kom mee, ik weet wat”, is alles wat hij zegt. Hij springt op de fiets, ik zit ‘m direct op de hielen. We dalen de Daalseweg af, in een rotvaart naar beneden. Voorbij de kamer van een vroeger lief, daar boven de snackbar. Goede herinneringen aan friet op de bank, studio sport en een voorzichtige kus. En aan het onvermijdelijke einde. We snellen verder, richting binnenstad. Dan rechtsaf de Oranjesingel op, maar niet voordat we bij een grote vuilcontainer zijn gestopt.

“Zoek al het brandbare hout uit, en snel voordat we worden weggestuurd”. We graaien gauw en rijden rap weg met een stapel hout onder de arm. De weg naar Kleve steken we over (Duitsland is hier nooit ver weg) en we duiken de Ooijpolder in. Via een weg achter een boerderij fietsen we van de polder naar het natuurgebied. Schotse Hooglanders grazen onverstoord verder als wij achter ze langslopen, richting het strand. Hun vachten zijn bezaaid met distelzaden, waardoor ze het uiterlijk krijgen van reusachtige bruin-groene dalmatiërs. Het schemert al als we aankomen.

“Ga zitten, ik regel het vanaf hier wel”, zegt hij. In een mum van tijd bouwt hij een houtvuur op van het gesprokkelde stadshout dat we mee hebben genomen, het puntje van de tong tussen de tanden geklemd. “Dit is nog eens recycling”, mompelt hij in zich zelf. De vuurmeester is uiterst geconcentreerd bezig en let niet veel op mij. Het geeft mij de tijd om de omgeving in me op te nemen. Zachtjes zakt ondertussen de zon. De zomer is nat dit jaar, de lucht is heiig en zwaar. Een oranje gloed kleurt het water van de Waal, en ik heb geen fototoestel bij me.

Voor me, dichtbij, ligt de brug. Het laatste beetje zonlicht, dat haar vanachter beschijnt, maakt haar donker en machtig. Vanaf hier is zij ronduit gracieus, al weet ik dat haar oppervlak scheuren en gaten vertoont. Ooit het toneel van heroïsche gevechten, is de IJzeren Dame nu vermoeid door de dagelijkse files die haar rug ontsieren. Maar vanaf een afstand lijkt ze nog onuitstaanbaar trots, zoals ze daar roerloos blijft liggen. En terecht, want zij heeft geschiedenis en ik nog amper.

Roodgele en geelrode stapelwolken varen over, door de zon veranderd in de chicste en duurste neonreclame die een mens ooit gezien heeft. De onderkant van de hemel. En schepen zweven kalm voorbij, met ladingen voor Duitsland en ladingen voor Rotterdam. De vrachtwagenchauffeurs van het water blijven tot diep in de avond op hun post om de hongerige mensenmassa in het achterland tevreden te stellen. Vanaf de heuvel slaat Nijmegen ze gade, dit arbeidersvolk zonder thuis, terwijl zij zichzelf klaarmaakt voor de nacht.

Waarom moet de stad juist in deze dagen zoveel mooier worden? Jaren leefde ik hier, leerde ik hier en had ik hier lief, en dan laat ze me juist die laatste dagen ook nog lijden. Nijmegen is het totaalpakket gebleken.

Op de terugweg fiets ik half bezopen achter mijn makker aan. “Niet te snel”, klaagt mijn hart, “laten we dit moment nog even rekken.” Maar onverbiddelijk fietst hij door, niet wetend dat deze avond voor mij niet gemakkelijk is. Op de kruising waar hij linksaf moet slaan, stappen we niet af. Hij zwaait naar me, ik zwaai terug. “Tot snel”, is zijn enige afscheid. “Dag vriend, dag stad”, antwoord ik in gedachte, en verdwijn in de nacht.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s