Kraamhouders: ’Wij maken nog een praatje’

Sfeerreportage zaterdagmarkt op het Afrikaanderplein, Rotterdam-Zuid

‘24 UUR OPEN’, staat er op de deur van café ‘De Markt’ te lezen. Dat is geen loze belofte, want de gasten van gisteravond lopen pas om acht uur ‘s ochtends groetend en een klein beetje wankelend de deur uit. De krantenjongen maakt haastig zijn ronde af zodat iedereen met het ontbijt over leesvoer beschikt. Maar terwijl veel Rotterdammers nog op één oor liggen te genieten van een vrije zaterdagochtend, zijn de marktkooplui op het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid al druk in de weer.

Van verre hoor je de aanwijzingen die naar de chauffeurs van de bestelbussen en vrachtwagens geroepen worden, terwijl ze achteruit inparkeren op de kleine plekken die nog niet bezet zijn: „Ja, kom maar! Verder nog!” Nog voordat de voertuigen goed en wel stilstaan trekken de sterkste mannen en vrouwen de deuren van de wagens al open om de zware kratten naar buiten te tillen. Fruit en groente worden in de kramen leeggegooid, waarna de lege dozen achteloos op een hoop aan de straatkant worden gesmeten.

Dag en dauw

Het opbouwtempo is hier moordend; aan niets is te zien dat de versverkopers al uren geleden zijn opgestaan om hun groente, fruit, vlees en vis bij de leverancier te halen. Kippenverkoper Niek van der Giessen, ‘Nicolaas Kip’ voor klanten, stond om half vier al naast zijn bed. Hetzelfde geldt voor Ismail Demirci, de immigrant die zijn ‘Hollandse Nieuwe’ aanprijst met een boog van rood-wit-blauwe vlaggetjes. Hij haalt zijn koopwaar bij de visafslag in Scheveningen.  „Wekelijks?” Een beetje verontwaardigd kijkt hij op, terwijl zijn handen ondertussen onverminderd doorgaan met het rangschikken van de kibbeling, „Nee, dagelijks natuurlijk. Vis moet vers zijn!” In andere stands ligt de rode poon, schol en tong glibberig glimmend te wachten om verkocht te worden. Alleen over de versheid van de ‘levende kreeft’ valt te twisten; die houdt zich wel erg stil.

Vraag en aanbod

Een reclamespot zei het al: de markt is van alle markten thuis. Hoewel de kramen met verswaren sterk oververtegenwoordigd zijn, zijn er genoeg andere producten te verkrijgen. „Ons beddengoed is veel beter spul dan dat van de Blokker,” verzekert een medewerkster van textielbedrijf ‘De Slaapmuts,’ „want bij ons krijg je meer dan alleen een stuk gaas.” Verderop verkoopt Sarup Singh kinderkleding. De Indische man zit midden in zijn kraam tussen de felgekleurde broekjes en hemdjes een dampende kop koffie te drinken. Met zijn lange, pluizige, grijze baard en een donkerpaarse tulband op zijn hoofd is hij een opvallende verschijning op de markt.

En dan stroomt het koopvolk langzaam maar zeker toe. De stalletjes zijn nog niet eens allemaal opgebouwd als meneer Buitendijk al aan komt benen. De vroegste vogel. „Ik ben bouwvakker geweest,” verklaart hij, „en al hoef ik niet meer vroeg op te staan, de wekker gaat in mijn hoofd nog iedere morgen af.” Hij is op weg naar groenteboer Snoei, waar ze ‘nog echte Hollandse groente’ hebben. Een oudere vrouw is na het doen van haar inkopen alweer onderweg naar huis. „Later op de dag blokkeren buitenlanders de doorgang met hun kinderwagens,” geeft ze als reden, en vervolgt haar weg.

De verkoper van de dode levende kreeft staat intussen druk te onderhandelen met een Chinese man: „Twee voor vijf euro,” zegt hij als de klant op een paar vette vissen wijst. Even luistert hij nog naar het volstrekt onbegrijpelijke Chinese antwoord, maar dan verliest hij zijn geduld: „TWEE!!” brult de marktkoopman terwijl hij zich ver over de kraam heen buigt om zijn duim en wijsvinger voor het gezicht van de klant te houden, „voor VIJF EURO!!” Met een beduusde blik accepteert de klant direct het aanbod, al heeft hij nog steeds geen idee wat hij moet afrekenen. De visboer, weer helemaal kalm: „OK, wil je de koppen eraf?”

Gratis en voor niets’

Met de komst van de eerste klanten breekt ook het geroep van de marktkooplui los. „Actie! Alles bijna gratis en voor niets!”, brult de man met de goud glitterende damesportemonnees in het luchtledige. „Je haalt het er maar uit, je komt maar binnen!,” schreeuwt de snoep- en koekverkoper een paar octaven lager dan dat hij spreekt: „Tien koeken, twee euro! Koeken in de keuken!” Een oude vrouw met een rollator kan de reclame niet weerstaan en koopt twee grote dozen bonbons. Als ze wegloopt laat ze demonstratief een klodder spuug tussen schoenen en rollator vallen, als om te zeggen: ‘Zo, dat heb ik toch maar weer mooi gedaan.’ Andere bezoekers kijken al niet meer op van het geroep van de mannen. Midden in het tumult rolt een statige oude man met een Afghaanse vilten muts ongestoord een sjekkie.

Een Turkse man verkoopt aan de rand van de markt lingerie. Aan een balk van de kraam hangt een grote ijzeren ring waarover drie strings gespannen zijn, in de vorm van een dromenvanger. De paspop in zijn stand staat er een beetje onzedig bij, met een rechterborst die tot aan de denkbeeldige tepel uit haar tuniekje glipt.

Van alle verkopers heeft Pascha Peters het misschien wel het beste voor elkaar: ze zit onderuit gezakt in een van de zachte groene fauteuils die ze te koop aanbiedt in haar stand vol tweedehands spullen. Een been bungelt losjes over de leuning. Een oude, tandenloze vrouw is met haar rolstoel de tent van Peters binnengereden om zwijgend maar in gezelschap een sigaretje te roken. Als ze het koud krijgt, kijkt ze om zich heen en koopt de eerste de beste muts die ze ziet. Ze trekt hem meteen over de oren en rookt ongestoord verder.

Einde verhaal

De werkdagen op de markt zijn lang en de concurrentie van de supermarkten is moordend. En dan is er ook nog die crisis. Sommige ondernemers geven aan dat het voor hen snel einde verhaal zal zijn als die nog lang blijft duren. „Als ik iets beters weet, ben ik weg,” vertolkt Ismail Demirci de mening van veel mannen en vrouwen hier. Maar de markt zit tegelijkertijd bij de verkopers in het bloed. Bij ‘De Slaapmuts’ denken ze er niet aan om te stoppen: „De terugkerende gezichten en de mensen die even een praatje komen maken, daar doe je het voor. En je maakt hier altijd wat mee.” Vrolijk fluitend fietst een donkere Surinaamse man met feloranje Unox-handschoenen voorbij.

„Dat zijn pas werkers, hè?,” mijmert een man terwijl hij aan het eind van de middag de marktkooplui bezig ziet met opruimen. „Deze mensen hier produceren tenminste iets. Zij verkopen geen lucht, zoals in de financiële sector.”


One thought on “Kraamhouders: ’Wij maken nog een praatje’

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s