Dinsdagavond, evangeliseringsavond

Stichting Naar House verspreidt het evangelie in Rotterdam

Een donkere man komt dinsdagavond op het Beursplein straalbezopen aangezwalkt. Met een innige omhelzing stelt hij zich voor aan Alex, vrijwilliger bij evangelisatiestichting Naar House. “Ik zou willen dat je dronken werd van de liefde van God, en niet van de alcohol,” zegt Alex kalm. Zijn toehoorder lijkt even van zijn à propos. Maar dan herpakt hij zich en, met zijn gezicht zo dicht bij dat van Alex dat de alcohol in zijn adem te ruiken is, roept hij: “God bestaat niet. Ik heb in Afrika het moorden gezien. Ik ben God. Ik ben God!” Als hij wegloopt, zegt Alex glimlachend: “Dat vind ik nou het mooie: dat Hij ook van diegenen houdt waar wij mensen niet van kunnen houden.”

Alex is deze avond samen met zijn collega Caroline op pad om in het centrum van Rotterdam het evangelie van Jezus Christus uit te dragen. Ze zijn allebei vrijwilliger van stichting Naar House. Deze organisatie, die in 1993 is opgericht, gaat regelmatig ’s nachts naar grote housefeesten, om jongeren de weg naar God te wijzen. Caroline: “In de teksten van house- en rockmuziek wordt soms letterlijk de duivel aanbeden. Dat geeft Satan de gelegenheid in hun geesten binnen te dringen. Zelfs als ze zelf niet nadenken waarover ze zingen.” De jongeren, moe van het dansen, kunnen in de felrode bus van de organisatie gesprekken over het geloof voeren.

Naast het bezoek aan de feesten, gaan in totaal zo’n 200 evangelisten wekelijks in Rotterdam en andere steden de straat op. Alex, met stekeltjeshaar, witte sportschoenen en een leren jack, wil wel uitleggen waarom : “Zie je, de wereld wordt geregeerd door leugens die worden ingegeven door de duivel. Kijk maar eens naar materieel bezit: je ziet dat de rijken vaak helemaal niet gelukkiger zijn dan de armen,” zegt hij op het Beursplein, voor de tent van Occupy. “Bij ieder mens zit een gat in de borst,” vervolgt hij, terwijl hij met zijn rechtervuist op zijn borst bonst. “Mensen proberen dat te vullen met drugs of seks, maar dat werkt maar tijdelijk. God vult voor altijd.”

Voor Caroline, nazaat van ouders uit Congo en Wit-Rusland, is het prediken van het evangelie iets heel persoonlijks: “Ik vond God toen ik twaalf was. Ik leidde een zondig leven, was vaak agressief tegen ouders en vrienden. Bij God vond ik rust.” Ze spreekt een jong meisje aan dat op een stoeprand een frietje zit te eten. Het meisje is te beduusd om antwoord te geven op de vraag wie Jezus Christus is. “O ja, o ja,” klinkt het vlug als Caroline zelf antwoordt dat dat de Zoon van God is. Of Caroline het niet lastig vindt om al die mensen aan te spreken die niet echt geïnteresseerd zijn? “Nee hoor, want ik spreek niet zelf. God spreekt door mij, Hij gebruikt mij als middel. Ik getuig van God maar het is God die mensen overtuigt. Als mensen ervoor kiezen om God niet aan te nemen dan is het hun eigen verantwoordelijkheid. Ik heb mijn deel gedaan door de waarheid aan hen te vertellen en tegenover God hoef ik dan voor hen geen verantwoording af te leggen.”

Even later is Caroline druk in gesprek met twee jonge Marokkaans-Nederlandse jongens. Een van de jongens, in een glimmend wit trainingspak van Adidas en met een oortje van zijn iPod nog nonchalant in het rechteroor, legt aan Alex uit wat er is voorgevallen: “De discussie begon toen ze zei dat Jezus de Zoon van God is, terwijl dat bij ons in de Islam een van de profeten is.” Zijn vriend, gestoken in een lichtblauwe hoodie van Hugo Boss, reageert duidelijk geïrriteerder: “Hoe kan de Zoon van God nou God zelf zijn? Ik ben toch ook niet mijn vader? En Maria dan, was Maria God toen Jezus in haar buik zat?”

Alex mengt zich in de discussie, en legt uit aan de rustigere jongen: “Jullie vieren het offerfeest, wij doen dat niet. Want God heeft immers al geofferd wie Hij het meeste lief heeft, dus waarom zou je dan nog een schaap slachten? En jullie moeten toch vijf keer per dag bidden? Wij geloven niet dat je dat vast kunt leggen in regeltjes, want geloven doe je immers met je hart. Maar ik ben in ieder geval blij dat jullie geloven, want hier in het Westen doen veel mensen dat überhaupt niet. Die behandelen elkaar niet met liefde.”

Als ze weer verder lopen, zijn de jongens nog niet overtuigd. Maar is de God van de evangelisten niet dezelfde als Allah, zoals de jongens beweerden? “Nee, helaas niet, helaas niet,” zegt Caroline een beetje bedroefd. Wat dan als zij zich in dit leven niet meer bekeren? Ook daarover is Caroline duidelijk: “Tja, het afwijzen van God in het leven, is het afwijzen van God in het hiernamaals.”

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s