De tram

Geheel alleen zit ik daar boven

In een oud gebouw in de nok

Nu zal de nacht de dag van haar kleuren beroven

Zowel binnen als buiten barok.

 

Uit rode wijn drink ik een glas

Restanten van de dagen daarvoor

Dagen waarop ik niet wist wie ik was

Maar door de wijn had ik dat toen niet door.

 

Hier rijdt de tram de straat op en neer

Nog nooit raakte zij van haar pad

Stoïcijns kijkt zij op de omstanders neer

En laat haar sporen na in de stad.

 

En ik zie, terwijl zij verder rijdt,

De serene rust die haar goed staat

Ja ik waardeer haar waardigheid

Als er iemand kruist op de straat.

 

Zij ziet geen heil in dreigende taal

Zij houdt niet van het geweld

Dus midden op straat heeft het monster van staal

Vriend’lijk naar die dwaas gebeld.

 

En als zij dan, na verloop van tijd

Haar bocht vervolgt met een zwaai

Hoor ik hoe, haar metalen ten spijt,

Ze klinkt als muziek, niet lawaai.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s