‘Mens dankt uitgebreide inlevingsvermogen aan taal en verhalen’

De mens is de ‘gedachtenleeskampioen’ van de natuur: veel beter dan alle andere levende wezens zijn we in staat om ons voor te stellen wat er in anderen omgaat. Dat komt onder meer door onze verhaalcultuur, denkt Max van Duijn. Promotie op 20 april.

Gepubliceerd op de website van de Universiteit Leiden.

In feite kunnen we allemaal een beetje gedachtelezen. In ieder gesprek probeer je je zo goed mogelijk te verplaatsen in de ander. Je probeert te achterhalen wat de ander denkt, voelt, hoopt of verwacht, zodat je daar zelf in je communicatie weer op in kunt spelen. In meer wetenschappelijke termen: je peilt de intentional state van je gesprekspartner.

Eerder uitzondering dan regel
Wetenschappers zijn het erover eens dat dit een typisch menselijke eigenschap is. Mensapen zoals chimpansees en bonobo’s kunnen tot op zekere hoogte wel aanvoelen wat soortgenoten willen, maar niet op ons niveau. Zo kunnen mensen liefst tot de derde, vierde of vijfde orde doordenken. Om een voorbeeld te geven: ik kan me voorstellen wat jij denkt dat ik bedoel.

Maar daar houdt de wetenschappelijke consensus dan ook wel op. Wetenschappers verschillen bijvoorbeeld van mening over de vraag wanneer we deze werkwijze toepassen. Tot nu toe werd vaak aangenomen dat we in iedere conversatie meerdere ordes van reflectie toepassen op onszelf en de ander. Wat wil ik dat mijn gesprekspartner begrijpt dat ik bedoel?—enzovoorts. Promovendus Max van Duijn meent na uitgebreid onderzoek echter dat het peilen van meerdere ordes van intentional states eerder uitzondering is dan regel.

Van Duijn onderzocht dit via de analyse van verhalen, nieuwsberichten en gesprekken waarin meerdere perspectieven een rol spelen. Bovendien bracht hij een periode door bij de Social and Evolutionary Neuroscience Research Group (SENRG) in Oxford, waar hij een heranalyse verrichte van experimentele studies naar ons vermogen om intentional states te peilen.

Hersencapaciteit
‘Het peilen van meerdere ordes van intentionaliteit is een cognitief belastende taak. Het is dan ook niet zo dat we dit in ieder gesprek doen, zeker niet tot de vierde of vijfde orde. We zijn er onder bepaalde omstandigheden wel toe in staat, maar het zou simpelweg teveel hersencapaciteit en energie vergen om dat bij iedere menselijke interactie te doen. Hetzelfde geldt als we een verhaal volgen. Waar eerder werd aangenomen dat bij het lezen van een verhaal de cognitieve last steeds zwaarder wordt naarmate er meerdere perspectieven een rol spelen, laat ik zien dat het juist omgekeerd is: verhalen zijn in staat de cognitieve last te verlichten.’

Daarnaast is het volgens Van Duijn opvallend dat onze voorouders zeven miljoen jaar geleden ongeveer functioneerden op het niveau van chimpansees. In evolutionair opzicht is dat nog relatief kort geleden. Hij betoogt dat mensen sindsdien niet alleen op individueel niveau slimmer zijn geworden, maar ook gedeelde, sociaal-culturele oplossingen hebben ontwikkeld voor het omgaan met onze complexe sociale omgevingen.

Tekst gaat verder onder video.

Van Duijn over zijn onderzoek
Gereedschapskist
Deze oplossingen noemt Van Duijn onze gedeelde ‘gereedschapskist’. Hiermee handelen we het grootste deel van de dagelijkse interacties af. ‘In tegenstelling tot dieren hebben mensen een goed ontwikkeld taalvermogen. Dat stelt ons in staat om informatie uit te wisselen en verhalen te vertellen. Zo bouwen we grote hoeveelheden gedeelde kennis op over wat mensen in bepaalde situaties voelen, hopen en denken. Die kennis passen we vervolgens toe in alledaagse situaties. Vaak hoeven we dus niet zelf de intentional state van gesprekspartners te bepalen, omdat we al bepaalde gedeelde beelden in ons hoofd hebben.’

Alleen als gesprekken écht ingewikkeld worden, vallen mensen terug op het vermogen om meerdere ‘lagen’ in een gesprek te onderscheiden. Van Duijn: ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij misverstanden. Vaak tilt één van de gespreksgenoten de conversatie dan naar een metaniveau. Oh, jij dacht dat ik bedoelde dat….’

Autisme
Van Duijns onderzoek is fundamenteel van aard: het probeert beter te begrijpen hoe menselijke interactie werkt en welke mentale processen ervoor nodig zijn om dit goed te laten verlopen. Hij denkt dat zijn onderzoek op termijn ook een bijdrage kan leveren aan het beter begrijpen van sociale stoornissen, zoals autisme. ‘Als we begrijpen hoe de gereedschapskist van taal en verhalen bijdraagt aan ons inlevingsvermogen, krijgen we ook beter zicht op die gevallen waar het inlevingsvermogen ontbreekt.’


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s