Een moord legde het dubbelleven van de oud-majoor bloot

Na de moord op de gepensioneerde majoor Hans Blüml richtten alle ogen zich al gauw op het plaatselijke homocircuit. Maar de dader werd nooit gepakt. Is er twintig jaar later nog hoop op een ontknoping?

Zoals de meeste militairen was Hans Blüml een man van de klok. Had je een afspraak met hem, dan kon je ervan uitgaan dat hij stipt op tijd was. Daarom stonden twee andere leden van vrijmetselaarsloge de Oude Landmerken ervan te kijken dat de gepensioneerde majoor in de avond van 29 maart 1999 niet opendeed. Zij hadden aangebeld bij zijn statige herenhuis aan de Van Goyenstraat in Arnhem, waar hij alleen woonde sinds de dood van zijn moeder in 1997.

Twee gealarmeerde agenten sloegen die avond omstreeks 21.00 uur een ruit in aan de achterzijde van de woning en klommen naar binnen. In de hal vonden ze de 65-jarige Blüml, badend in het bloed. Hij was flink toegetakeld en om het leven gekomen door klappen met een stomp voorwerp, zoals dat in politiejargon wel wordt genoemd. Van een dader ontbrak echter ieder spoor.

Twintig jaar later is er nog steeds niemand veroordeeld voor de gruwelijke moord. Daarmee is de zaak Hans Blüml een van de 220 cold cases die in de politieregio Oost-Nederland wachten op een doorbraak. Waarom was het zo lastig deze zaak op te lossen? En hoe groot is de kans dat het coldcaseteam de klus alsnog weet te klaren?

Dubbelleven

De start van het moordonderzoek in 1999 was niet optimaal, geeft rechercheur Frans Heister grif toe. Hij was weliswaar niet betrokken bij het allereerste onderzoek, maar werkte zich in 2003 en 2004 nogmaals door het dossier heen op zoek naar nieuwe aanknopingspunten. ,,In 1999 liepen er andere grootschalige onderzoeken. Daardoor was de recherchecapaciteit voor de zaak Blüml kleiner dan je zou willen.”

Desondanks ontdekten de rechercheurs in 1999 al gauw een opvallend detail over Blüml: hij leidde een dubbelleven. Zonder dat zijn vrij kleine groep vrienden en familie het wist, bezocht hij geregeld homo-ontmoetingsplaatsen in het nabijgelegen Sonsbeekpark en verderop bij Wolfheze. Daar pikte hij mannen op voor seksafspraken.

,,Dat hij homoseksueel was, moesten we na zijn dood van de politie vernemen”, zegt Eva de Vries*, een familielid van Blüml. ,,Mogelijk verborg hij het, omdat het niet in zijn milieu paste. Hij was immers militair en altijd erg keurig en correct.” Ook verschillende leden van vrijmetselaarsloge de Oude Landmerken bevestigen dat zij niet op de hoogte waren van die kant van Blüml.

Die fatale dag is er waarschijnlijk niets ontvreemd uit het huis van Blüml. Zijn identiteitspapieren en wat geld lagen nog in de woning. Ook een kostbare postzegelcollectie bleef onaangeroerd, schrijft een verslaggever van deze krant in 2003. Doordat de politie geen sporen van braak vond, is het zeer waarschijnlijk dat Blüml zijn moordenaar zelf heeft binnengelaten.

Het is aannemelijk dat Blüml zijn moordenaar kende uit het homocircuit, meent rechercheur Heister. Het politieonderzoek is in het begin bewust breed gehouden om tunnelvisie te voorkomen, maar gaandeweg richtte het onderzoek zich op de homoscene. ,,Na alles wat ik in het dossier heb gelezen, zou ik waarschijnlijk dezelfde keuze hebben gemaakt.”

Homomoorden

De vraag is waarom de zaak niet is opgelost als er zo’n sterk vermoeden bestond uit welke hoek de dader moet komen. De seksuele geaardheid van het slachtoffer speelt daarbij mogelijk een rol. Uit Zwitsers onderzoek bleek enkele jaren geleden dat het oplossen van homomoorden vaak niet eenvoudig is. Moorden op homoseksuelen werden in Zwitserland zo’n 5,2 keer minder vaak opgelost dan moorden op hetero’s. En maar liefst 16,4 procent van de onopgeloste Zwitserse moorden sinds 1980 betreft een moord op een homoseksuele man. In Nederland is nog geen vergelijkend onderzoek gedaan, maar het is onwaarschijnlijk dat de trend hier anders is.

,,Een mogelijke verklaring voor deze oververtegenwoordiging is de vaak beperkte relatie tussen dader en slachtoffer”, zegt Marieke Liem. Zij maakt aan de Universiteit Leiden een database met alle Nederlandse moorden in de afgelopen 25 jaar.

,,Op basis van anekdotisch bewijs lijkt het in veel gevallen te gaan om oudere mannen die vermoord worden door een jongere seksuele partner. Die partner is vaak zo goed als onbekend bij het slachtoffer, bijvoorbeeld omdat het om betaalde seks gaat. Doordat de dader niet uit het directe netwerk van het slachtoffer komt, maakt dat de opsporing veel moeilijker.”

De heimelijkheid van het homoseksuele contact heeft de oplossing van de zaak in ieder geval niet geholpen, denkt rechercheur Fred Hendriks, die net als Heister in 2003 aan de zaak werkte. ,,De homoscene is een behoorlijk gesloten wereld, zeker rond homo-ontmoetingsplaatsen. Veel bezoekers proberen dat deel van hun leven verborgen te houden voor de buitenwereld. Een man met een kinderzitje achter in de auto zal daarom bijvoorbeeld niet snel bereid zijn informatie te delen met de politie.”

Wel is op de plaats delict een opvallend voorwerp aangetroffen: een mes waarvan het lemmet is kromgebogen in een hoek van 90 graden. De politie kreeg destijds een tip dat dit mes wordt gebruikt in slagerijen en slachterijen in ‘een andere dan de Nederlandse cultuur’. Zou het kunnen dat de dader een buitenlandse achtergrond heeft? De Amsterdamse socioloog Frank van Gemert concludeerde in de jaren 90 in ieder geval wel dat mannelijke prostitués regelmatig allochtonen waren, en dat zij destijds oververtegenwoordigd waren als daders van homomoorden.

Ondanks het doodlopende spoor wordt ook twintig jaar na dato nog voorzichtig gedroomd van een ontknoping. Rechercheur Heister heeft zijn hoop gezet op de nieuwste DNA-technieken. Eerder forensisch onderzoek leverde geen DNA-match op, maar wellicht is er dankzij de voortschrijdende techniek binnenkort meer mogelijk. ,,Ik ben nog steeds overtuigd dat de zaak wordt opgelost. Dat hoop ik ook van harte. Want ook al waren wij er niet bij in 1999, als je het dossier leest, zit je er vanzelf middenin. Als het niet wordt opgelost, blijf je er toch de rest van je leven aan denken.”

Kalender

De Blüml-zaak verscheen in 2018 op de coldcasekalender, een kalender die in alle Nederlandse gevangenissen is verspreid. Daarmee hoopt de politie op tips van gedetineerden die meer weten over de moordzaak. De kalender leverde vorig jaar zo’n driehonderd tips op. De politie Oost-Nederland, die tien agenten voltijds op cold cases heeft zitten, kon niet zeggen of daar ook tips tussen zaten over de moord op Hans Blüml.

Het dossier van een moordzaak is nooit helemaal gesloten zolang de dader niet is gevonden, zeggen de rechercheurs. Niet alleen gaat de techniek met sprongen vooruit, ook mensen kunnen veranderen. Homoseksualiteit is veel minder een taboe dan vroeger, vrienden van de dader zijn mogelijk vijanden geworden, met andere woorden: mensen zijn wellicht nu wél bereid hun mond open te trekken. Of zoals de politiewoordvoerder het zegt: ,,Je moet aan die boom blijven rammelen, net zolang tot iemand gaat praten.”

De kleine kring van overgebleven familieleden kan in ieder geval niet wachten totdat meer duidelijk is over de toedracht. ,,Het was zo’n aardige, brave, lieve man”, zegt De Vries. ,,Het zou fantastisch zijn als deze afschuwelijke moord nog wordt opgelost. Niet alleen zodat het recht kan zegevieren, maar ook omdat ik wil weten welk motief de dader in hemelsnaam kan hebben gehad.”

* De naam Eva de Vries is gefingeerd om privacyredenen. Haar echte naam is bij de redactie bekend.

Dit artikel verscheen eerder in De Gelderlander.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s